Home -> Gebouw -> Orgels
Orgels

Orgel

De Grote of Sint-Laurenskerk te Rotterdam

Op de plek van de tegenwoordige Laurenskerk stonden vroeger achtereenvolgens twee meer sobere bedehuizen. In de 14e eeuw werd een kleine kerk, eenvoudig van vorm en constructie, gebouwd. De latere stenen (hallen)kerk dateert uit het begin van de 15e eeuw; zij werd vermoedelijk gemetseld op de plaats waar nu het koor is gelegen. De bouwgeschiedenis van de huidige, laatgotische kerk begint in 1449 met de eerste steen voor het torenportaal. Tussen 1460 en 1475 werd het schip aangelegd als verbinding met het al bestaande godshuis. Het transept en het huidige koor realiseerde men in de periode 1488-1513. Om en nabij 1525 werd het gebouw in zijn tegenwoordige contouren voltooid.
Zoals bekend bombardeerde de Duitse Luftwaffe op 14 mei 1940 de binnenstad van Rotterdam. De brand die daarop volgde, legde het volledige interieur in de as; van kerkgebouw en toren restten slechts de muren. In 1947 startte de restauratie van de toren; in 1952 werd de eerste steen gelegd in het kader van het project herstel kerkgebouw.


Het hoofdorgel
Het hoofdorgel van de Grote of Sint-Laurenskerk werd in 1973 voltooid door de firma Marcussen & Søn uit het Deense Aabenraa. Het magistrale 32-voets instrument, bestaande uit Hoofdwerk, Rugwerk, Bovenwerk (in zwelkast), Borstwerk met Borstpedaal, Chamadewerk en Pedaal, is in een door architect J.W.C. Besemer ontworpen orgelkas geplaatst. Het orgel heeft 85 stemmen en een zuiver mechanische toets en registertractuur. Om de speelaard zo aangenaam mogelijk te houden is het instrument voorzien van een Barkermachine.
Henk de Berg